after comfort  

Architectuur functioneert historisch als intermediair tussen het buitenklimaat en het binnenleven. Gevels en daken vormen hierin de primaire schillen van het gebouw: zij reguleren lichttoetreding, warmte-uitwisseling en ventilatie, en bieden bescherming tegen neerslag en wind. In de hedendaagse bouwpraktijk wordt deze klimaatregulerende rol echter grotendeels overgenomen door technische installaties zoals verwarming, airconditioning en mechanische ventilatie. Hierdoor wordt het binnenklimaat in toenemende mate losgekoppeld van contextuele factoren zoals oriëntatie, seizoen en gebruik, en worden ruimtes genormaliseerd tot een uniforme comforttemperatuur. Deze sterk geconditioneerde en subjectieve definitie van comfort leidt tot een hoog energieverbruik en wordt zelden fundamenteel in vraag gesteld.


klik op je ensemble